De gulden regel voor elke belegger

Het allerbelangrijkste waar je als belegger moet op letten, is dat je zorgt voor een voldoende en verantwoorde spreiding van je beleggingen. Wie deze regel in de wind slaat, waagt zich aan een financieel avontuur en zal vaak bedrogen uitkomen.

Bij deze spreiding moet je zowel aandacht besteden aan de liquiditeit als aan de risicograad van je beleggingen. Inzake liquiditeit ga je er best van uit dat je het geld maar vastzet voor de termijn dat je het (in normale omstandigheden) kan missen.

Concreet komt dit erop neer dat:
- je een (klein) gedeelte van je spaargeld zo belegt dat je het ten allen tijde kan opnemen zonder daarbij verlies te lijden. Via dit gedeelte moet je eventueel kleine onverwachte uitgaven kunnen opvangen;
- je een (groter) gedeelte zodanig belegt dat je het ten allen tijde of op zeer korte termijn kan vrijmaken, ook al zou je daarbij eventueel wat verlies kunnen incasseren. Met dit gedeelte zal je eventuele grotere onvoorziene uitgaven moeten opvangen;
- je slechts belegt in zaken die moeilijk te gelde te maken zijn of die bij onmiddellijke gedwongen verkoop een groot verlies kunnen opleveren, voor het gedeelte dat je echt kan missen.
Wat het risico betreft, zal het duidelijk zijn dat je best slechts naar meer risico-dragende beleggingen gaat naarmate je globaal vermogen groter is of wordt.

In concreto zal:
- een klein vermogen geconcentreerd worden in quasi risicoloze beleggingen (depositoboekje, spaarrekeningen, kasbons, obligaties en termijnrekeningen euro);
- een middelgroot vermogen bestaan uit een quasi risicoloze basis, aangevuld met een gedeelte meer risicodragende beleggingen (een flink stuk in beleggingsfondsen in obligaties, een klein gedeelte in beleggingsfondsen in aandelen, eventueel wat individuele buitenlandse obligaties, eventueel wat vastgoedcertificaten);
- een groot vermogen samengesteld zijn zoals een middelgroot vermogen, maar desgewenst verder uitgebouwd kunnen worden met meer individuele obligaties, individuele aandelen, vastgoedbeleggingen, goud enz.


Daarbij zal je binnen de meer risicodragende categorieën voor een degelijke verdere spreiding moeten zorgen :
- Bij beleggingen in buitenlandse obligaties voor een voldoende diversificatie over de verschillende munten en debiteuren. Het resultaat van een obligatiebelegging wordt immers bepaald door de combinatie van de rente die je krijgt en de evolutie van de munt waarin de obligatie uitgedrukt is. Maar niemand kan je vooraf vertellen welke combinatie de beste zal blijken te zijn : dat zou zowel die van een sterke munt met een lage rente als die van een zwakke munt met een hoge rente kunnen blijken te zijn. Om het risico dat je volledig verkeerd zit uit te schakelen, doe je er dus goed aan om het gedeelte van je vermogen dat je aan obligaties toebedeelt te verdelen over verschillende munten.

- Ook bij beleggingen in (binnen- en buitenlandse) aandelen zou het onverstandig zijn je beleggingen te concentreren in één of slechts enkele bedrijven. Alle studies wijzen weliswaar uit dat aandelenbeleggingen, mits ze over een voldoende aantal waarden gespreid worden, over een langere periode een betere opbrengst opleveren dan beleggingen in obligaties, maar de ervaring leert ook dat een aantal aandelen uiteindelijk maar een pover, of zelfs negatief, beleggingsresultaat zullen opleveren. Om het risico van een verkeerde keuze uit te schakelen is het dus nodig te diversifiëren.


Lees meer over Beleggen.